Niks doet alles
als lucht oningevuld
Erger de toenadering
de magneet in de handpalm
de zomer een middag
op zomaar een plek
Want wat doet verwaaien
geduldig leeg staren
Ze springt van binnenuit
en landt zachtjes onbekend
een beslissende beweging
zomaar doet niks
Hij legt zijn hand op de tafel op zijn hand.
Knikt.
En zegt: ik luister.
We zullen dus iets doen.
Misschien zelfs meer dan een glaasje water.
Geld lenen moet voorzichtig.
Je zit achter in het cafe en voelt je een acteur.
Een goeie in de middag.
Jammer van je Fanta.
Hand op hand en een mooi meisje aan de bar.
Haar taille als een handvat.
Hij wil niet in een bar zitten.
Toch minstens in een eetcafe.
Achter in de bus tel je
olijfbomen in het raam
treinen parallel
staand slapende heren
Ziek weer terug naar huis de
zoete rook nog op je tong
Ik hou je schriftje vast
je waardeloze reprodukties - met zorg
gesigneerd
Geen enkel boek gelezen
geen mp3 geluisterd
met niemand willen spreken
zonnebril zonder pootje
We beten elkaar rauw
likten uit de wond
's nachts een wit leeg strand
tegenlicht de sterren - bootje schommelt
naakt zijn we muziek
(Als het waar was, waar was het dan?
plastic puberromantiek
de bus en boot gemist
ik de tijd en jij de domper
samen stappen we de tent in)
Tussen de bloembakken op je balkon, een verplicht sigaretje.
Je zon weerkaatst weerkaatst.
Echte limonade. Een slak klimt naar drie hoog.
Niemand belt of vraagt.
De poes een zacht croissantje.