De nacht kleeft in je haar
tussen zuchtende huizen
en straten van leer
Kruist een wolk je pad
een somber plukje mist
't ademt achter je oor
en is weg als je omkeert
Het ritme van je stappen
echoot hoog en omlaag
je rent rondjes om blokken
en ziet jezelf van achter
Het park voelt thuis
ondanks buiten en nat
Vandaag de dag dat je stopt
bevriest op drukke straat
je handen vol van ongeduld
en aan de overkant het huis
waar je ooit zag dat
en je zou doen als
Niets meer van toen
is niets minder nu
Er komt een stilte door de middag
het begint met een stap
met een vraag of
een herinnering
Het is een roemloze middag
op een zonderling strand
Een opgezet idee
een dribbelend moment
Je moet bukken voor een vogel
je omdraaien naar een meisje
Je wilt meer doen met een landschap
dan er vruchteloos naar kijken
Een aardig vogeltje
maakt het geluid van je mobiel
Een stad als een raster
met de zon op het plein
en op het plein dan de mensen
Die zien hoe jij langsloopt
in slowmotion reclame
een geluidloos moment
Van waarde bekomen
Een waardeloos geval
een snurkend geweten
Dan
zo middenin een nacht
ben je wakker als de enige
en wakker dat je was!
Pak pen
pak papier
pak je dromen bij de strot
schrijf ze op zoals ze waren
want god wat zijn ze waardevol
En straks, als iedereen waakt
zullen ze luisteren en knikken
De nacht dat wij sliepen
heb jij o zo nuttig doorgebracht
ergens
meer van waarde
Daar ergens
waar het toe doet
De langste dag glijdt
als teer onder de deur door
Je zou van alles moeten doen
maar de absolute noodzaak
heeft zich erg goed verstopt
Dat we samen sliepen en liepen
langs een dalend pad naar het strand
op een witgekalkt bed
met de deur altijd open
Waar we verbrandden in zon en zout
waar het trekken van je huid
het duwen van je liefde werd
Waar je zwom door een grot
En ik wachtte aan de overkant
Dat je, als een vis langs mijn lichaam,
in duisternis verdween
ik sta in de rij
en wacht op antwoord
op parkeerplaats en station
het zoemen van de avond
tussen momenten van opstaan
en betalen, bestellen en plaatsnemen
bellen afspreken voorstellen ontmoeten
de seconde van herkenning
en het voornemen te doen
het feestje zonder einde
en het eindeloos gesprek
Dus probeer te luisteren
hoe je zingt door de glimmende straat
onderweg naar huis
en halverwege refrein
Stem je jezelf in een waaiwoord
als de ononderbroken daling
voelt als oprecht stabiel gedrag
Het stuur in je handen
zit ergens toch aan vast
Je wordt doorzichtig
tegen je zin in
De wind door mijn haar
en mijn hand door je lichaam
Je wil niet weg
Je wil aanwezig
Maar hoe je te verzetten?
Je vervaagt tot zand en ruis
tot schuimkoppen op water
Vlak voor het licht je opneemt
is er iets dat je wilt zeggen
Ik draag je de trap af
met frisse haren, je nek
gewassen
je ruikt naar kinderen
en toen
Gewichteloos op het tapijt
ik kam je blonde haren
druk voorzichtig je mondhoeken
in een meisjesachtig lachje
een kuiltje in je wangen
Ik zet muziek op en beweeg je
tot je toegeeft
en me uitlacht
Het is
niet echt
het is de spiegel
in spiegelbeeld
Het is de brandende metro
die geruisloos binnenrijdt
en niemand reageert
Het is
de lichtknop zwevend
boven het nietsvermoedende plein
De gier in het raam
de plotselinge nacht in de hal
Het is het maken van beslissingen
de handen onder water
de hyperechte wereld
de twijfelende mens